Praktijkonderwijs - Go VMBO

Praktijkonderwijs

Is de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo waarschijnlijk net iets te moeilijk voor een leerling? Dan is het praktijkonderwijs een goede keuze. Op het praktijkonderwijs krijgen leerlingen gewoon les, maar niet volgens een vast programma. De individuele behoefte van iedere scholier staat voorop: wat heeft hij of zij nodig? Iedere leerling wordt op die manier voorbereid op wonen, werken, vrije tijd en burgerschap en als de mogelijkheid erin zit kan ook een leerling uit het praktijkonderwijs een mbo-opleiding volgen.

De vakken

Op een school voor praktijkonderwijs krijgen leerlingen les in de algemene vakken taal, rekenen, informatiekunde en lichamelijke oefening. Maar ze krijgen ook beroepsgerichte of praktijkgerichte vakken. Hierdoor leren ze hoe ze bepaalde beroepen kunnen uitoefenen. Deze beroepsgerichte of praktijkgerichte vakken verschillen per school. De ene school geeft bijvoorbeeld lessen voor magazijn- of vorkheftruckwerk en de andere school lessen op het gebied van horeca, bouw of grootwinkelbedrijf. Je kunt dit nakijken op de websites van de scholen.

Van school naar praktijk

Tijdens de opleiding lopen de leerlingen één of meer stages. Zo doen ze praktijkervaring op. De scholen doen hun best om na afloop een geschikte functie voor de leerlingen te vinden. Zij hebben de wettelijke taak de leerling te begeleiden naar werk.

Het schooldiploma

Leerlingen die het praktijkonderwijs afronden, krijgen een schooldiploma praktijkonderwijs. Een portfolio met de behaalde resultaten hoort daarbij. Er is geen landelijk examen: het praktijkonderwijs werkt met een eigen ontwikkelplan per leerling, dus de school stelt zelf vast wanneer een leerling in aanmerking komt voor het diploma. Dat gebeurt volgens een reglement dat het schoolbestuur vaststelt. Leerlingen die maar een deel van het programma afronden, krijgen een verklaring.

Wanneer naar het praktijkonderwijs?

Een leerling kan naar het praktijkonderwijs met een toelaatbaarheidsverklaring (tlv). Die wordt afgegeven door het regionale samenwerkingsverband passend onderwijs, niet door de basisschool en niet door de praktijkschool zelf. Het samenwerkingsverband beoordeelt of een leerling is aangewezen op praktijkonderwijs; daarbij wordt onder meer gekeken naar het leerniveau en de leerachterstand. De school waar je je kind aanmeldt helpt je op weg in deze procedure.

Leerlingen stromen meestal in vanaf 12 jaar, na groep 8. In uitzonderingsgevallen kan een leerling al na groep 7 doorstromen, als de leerling acht jaar basisonderwijs heeft gevolgd en de directeur van de basisschool daar positief over adviseert.